Ontwikkelingstrauma ontstaat niet alleen door wat er gebeurde in je kindertijd, maar juist ook door wat er ontbrak. Door behoeftes die te weinig, te veel of onveilig werden vervuld. Vaak subtiel, maar het laat een diepe wond na.
Veel mensen denken bij trauma aan heftige gebeurtenissen. Aan misbruik, geweld, ongelukken of iets schokkends dat in één keer te veel was. Dat type trauma kennen we in de maatschappij vooral als (PTSS)trauma. Maar trauma kent meerdere vormen en ontwikkelingstrauma is daar één van. Een vorm die bij iedereen in meer of mindere mate voorkomt.
Wat zijn kindbehoeftes?
Ieder kind heeft fundamentele emotionele behoeftes om zich veilig en gezond te kunnen ontwikkelen, zoals:
- veiligheid en voorspelbaarheid
- emotionele beschikbaarheid
- gezien en begrepen worden
- ruimte voor emoties
- steun, nabijheid en begrenzing
Behoeftes die bij voldoende en gezonde vervulling het kind laten voelen dat hij/zij onvoorwaardelijk geliefd wordt om wie hij/zij werkelijk is.
Deze behoeftes vormen de basis voor een stabiel zenuwstelsel. Wanneer ze structureel niet (voldoende) worden vervuld, past een kind zich aan om verbinding te behouden. Niet omdat het wil, maar omdat het moet. Vanaf de geboorte is je zenuwstelsel namelijk gericht op jou in leven houden. Als baby weet je dus dat je enkel kan overleven als je ouders voor je zorgen en van je houden. Wanneer die verbinding (heching) wegvalt, dan voelt het zenuwstelsel dat er gevaar dreigt voor de overleving. Hierdoor zal het kind zich dus aanpassen naar de versie die wel de verbinding krijgt van zijn/haar ouders, zodat je kan overleven.
Hoe ontwikkelingstrauma ontstaat
Een kind kan niet denken: “Mijn omgeving is onveilig.” of “Wat is er mis met mijn ouders/de situatie, waardoor ik niet gezien wordt”
Een kind denkt: “Er is iets mis met mij.”
Zo ontstaan overlevingsstrategieën. Strategieën die ooit nodig waren om liefde, veiligheid of goedkeuring te krijgen, maar die later in het leven juist belemmerend worden. Denk aan:
- people pleasing
- perfectionisme
- prestatiedrang
- controledrang
- je eigen behoeftes structureel wegcijferen
- emotionele afsluiting
- extreme zelfstandigheid
- altijd ‘sterk’ moeten zijn
- geen ruimte innemen
- altijd bezig zijn om niet te voelen
Wat begon als overleving, wordt een patroon. En wat een patroon wordt, voelt uiteindelijk als wie je bént. Je hebt daardoor niet meer door dat je die patronen juist uitvoert om niet te laten zien wie je echt bént en blijft leven vanuit de overlevingsstand die gebaseerd is op jouw aangepaste zelf.
Het verschil tussen (PTSS)trauma en ontwikkelingstrauma
Het verschil tussen deze twee vormen van trauma zit in hoe het zenuwstelsel wordt belast.
(PTSS)trauma: te veel, te snel
Bij (PTSS)trauma komt er in één keer te veel binnen in het zenuwstelsel. Het systeem raakt overspoeld en kan de ervaring niet verwerken.
Denk aan:
- een ernstig ongeluk
- geweld of misbruik
- het zien van iets gruwelijks
- een ernstige ziekte
- een plotseling, schokkend verlies
Het zenuwstelsel blijft vervolgens hangen in een overlevingsstand. Herbelevingen, hyperalertheid en vermijding zijn hier bekende gevolgen van.
Ontwikkelingstrauma: langdurig te weinig.
Bij ontwikkelingstrauma gebeurt het tegenovergestelde.
Hier komt er structureel te weinig binnen in het zenuwstelsel.
Wat ontbreekt, is niet een prikkel, maar de vervulling van essentiële kindbehoeftes.
Er was te weinig:
- emotionele afstemming
- veiligheid
- co-regulatie
- erkenning
- begeleiding, steun en troost
- ruimte om kind te zijn
- autonomie
- onvoorwaardelijke liefde
- helemaal jezelf mogen zijn
Het zenuwstelsel wordt als het ware ondervoed. Het leert zich aan te passen, te scannen, te anticiperen en te controleren, omdat het nodig is om te overleven. Je scant de gemoedstoestand van je ouders, om ervoor te zorgen dat je elk moment kan inspelen vanuit controle om jezelf veilig te houden.
Twee routes, één gevolg
Je kunt het zo zien:
- PTSS-trauma: Het zenuwstelsel wordt overspoeld.
- Ontwikkelingstrauma: Het zenuwstelsel wordt structureel ondervoed.
Beide leiden tot ontregeling, maar via een andere weg.
Ontwikkelingstrauma ontstaat niet door één gebeurtenis, maar door een langdurige ervaring. Daardoor vormt het geen herinnering, maar een blauwdruk. Een diepgewortelde overtuiging over jezelf, de ander en de wereld.
Waarom ontwikkelingstrauma zo vaak wordt gemist
Ontwikkelingstrauma blijft vaak onzichtbaar omdat het:
- geen duidelijke ‘gebeurtenis’ heeft
- zich langzaam ontwikkelt
- voorkomt in ogenschijnlijk ‘normale’ gezinnen
- de werkelijke kern onder jouw klachten maskeert door de functionele patronen die jou ook succes opleveren.
Veel mensen met ontwikkelingstrauma zijn juist:
- verantwoordelijk
- zorgend
- sterk
- succesvol
- rationeel
Totdat relaties vastlopen, het lichaam signalen gaat geven of het zenuwstelsel uitgeput raakt.
Dan ontstaan klachten zoals:
- chronische spanning of vermoeidheid
- onrust of angst
- leegte of somberheid
- fysieke klachten zonder duidelijke medische oorzaak
- steeds dezelfde patronen in relaties
Omdat je lichaam niet de rest van je leven kan volhouden om in overlevingsstand te functioneren.
Het zenuwstelsel als sleutel tot heling
Ontwikkelingstrauma leeft niet alleen in je gedachten, en gedrag, maar ook in je lichaam. In een zenuwstelsel dat nooit volledig veiligheid heeft gekend. Daarom is praten alleen vaak niet voldoende.
Echte heling vraagt om:
- bewustwording van patronen
- werken met het zenuwstelsel
- het herstellen van veiligheid
- het ontmoeten van het innerlijke kind
- ruimte geven aan onderdrukte emoties, spanning en delen van jezelf die ooit zijn afgewezen.
Niet om te blijven hangen in het verleden, maar om te voorkomen dat het verleden je heden blijft sturen. Zolang je het onbewuste niet bewust maakt, zal jouw kleine ik jouw gedrag blijven sturen, omdat het zenuwstelsel nog steeds gelooft dat het onveilig is.
Er is niets mis met jou
Ontwikkelingstrauma betekent niet dat er iets mis met je is of dat je zielig bent. Het betekent dat je je hebt aangepast aan omstandigheden die te groot waren voor een kind. Wat ooit nodig was om te overleven, mag je nu doorvoelen en loslaten. Zowel psychisch als in je zenuwstelsel. En precies daar begint de weg terug naar jezelf.
“Until you make the unconscious conscious, it will direct your life and you’ll call it fate.” – Carl Jung